Category: Technieken

Heet van de droge naald

Heet van de droge naald

Ik word wel een beetje warm, eh, heet van de droge naald techniek. Het is één van de technieken die ik graag gebruik. Vaak meng ik dit met andere technieken. Kijk bijvoorbeeld naar mijn Studie Opdracht Route in mijn portfolio. Er zijn tal van druktechnieken, houtdruk, lino, litho, zeefdruk, allemaal met hun eigen unieke resultaat. Sommige technieken zijn complex en omslachtig. Andere niet. En wat nou zo fijn is: droge naald valt in die laatste categorie. Het dromerige, maar tegelijkertijd rouwe van de droge naald geeft voor mij vaak die sfeer die ik zoek voor mijn beelden.

Hieronder kun je meer lezen als je benieuwd bent naar hoe ik dat doe. Of als je zelf een beetje koude voetjes hebt om te beginnen met druktechnieken, maar toch eens een poging wilt wagen. Dan kan ik hier misschien je voetjes ook een beetje heet maken. Want de droge naald is een leuke start.

De techniek

Droge naald is net als etsen een diepdruk techniek. Dat betekent dat de diepe delen van je plaat uiteindelijk afgedrukt zullen worden. (Bij hoogdruk, zoals een houtdruk, zijn het juist de hogere delen die afgedrukt worden.) Bij etsen komen chemische stoffen kijken, die in je etsplaat bijten om mooie strakke lijnen te maken. Voor droge naald heb je helemaal geen chemisch spul nodig en is daarom dus eigenlijk geen ets. Je gaat rechtstreeks met je naald in je plaat krassen. Vandaar die dróge naald dus. Resultaat daarvan is wel dat je minder strakke lijnen hebt. Want ja, het is pure chemie, die je afbeelding weg bijt zonder restjes achter te laten. Maar als je direct met je naald in die plaat gaat, dan moet dat materiaal dat je wegkrast toch ergens heen. En dan krijg je dus braampjes. Zo’n verschil dus, beetje uitvergroot:

Dat is dus balen, die braampjes. Of niet! Want die geven juist die karakteristieke look. Braampjes houden extra inkt vast, waardoor je een beetje een wollige lijn krijgt.

Benodigdheden en voorbereiding:

Als ik een droge naald  maak, heb ik het volgende nodig:

  • Een fijn vijltje
  • Een pluk metaalwol
  • Naald (kan vanalles zijn. Die van mij is een punaise op een kapot kwaststokje en dat werkt perfect)
  • Een plaat (ik gebruik meestal zink, maar je kan ook plexiglas gebruiken, zelfs vrij dun, als je er maar niet doorheen kunt krassen en het niet kan breken onder de drukpers)
  • Drukinkt
  • Oude telefoongidsen (of duurder materiaal dat speciaal geschikt is voor het afslaan van inkt)
  • Een drukpers
  • Vilt
  • Transparant plastic
  • Etspapier (dit is wat dikker papier dat inkt goed kan opnemen)
  • (Zonnebloem)olie
  • Afwasmiddel

Slim is om voordat je met alles begint, eerst je vellen papier met lauw water nat te maken (bij meerdere vellen maak je eentje nat, dan leg je er een droge op, dan weer een natte, dan een droge etc.) en leg je deze onder iets zwaars, zoals een glazen plaat. Zo gaan de vezels van je papier maximaal open staan zodat ze de inkt dadelijk beter opnemen.

Niet iedereen heeft natuurlijk beschikking over een drukpers. Gelukkig zijn er in Nederland veel grafische werkplaatsen waar je een drukpers kunt gebruiken tegen een goed tarief. In Den Haag is dat bijvoorbeeld de Grafische Werkplaats.

Dan ga je de plaat klaarmaken (foto 1). Je vijlt alle randjes bot, zodat deze tijdens het drukken niet in je papier zullen snijden. Het oppervlak polijst je met het metaalwol. Zo gaat al het vuil en de oneffenheden eraf.

De afbeelding

Nu ben je klaar om je tekening erop zetten. Zelf teken ik vaak nog even met een stift de belangrijkste contouren van mijn afbeelding direct op de plaat (2). Vervolgens gaat de naald erin! Je krast je tekening met lichte druk in de plaat (3). Dan maak je de plaat weer schoon (4) en ga je de hele plaat besmeuren met inkt (5).

TIP: Het is belangrijk dat je de hele plaat doet, en niet alleen daar waar je getekend hebt. In de plaat zit namelijk altijd een klein reliëf en als je niet alles insmeert, krijg je soms witte vlekken in je druk.

Wrijf de inkt goed in de groeven van je tekening. Gebruik ook niet te veel inkt. Een flinterdun laagje is al genoeg. Nu moet de inkt er namelijk weer af. Dat doe je met blaadjes uit de oude telefoongids (6). Eerst door gewoon een vel erop te leggen, aan te drukken en er weer af te halen. Daarna ga je voorzichtig met een vlakke hand met je blaadje de inkt eraf vegen.

TIP: Wees niet zuinig met je blaadjes: als de inkt sporen achter heeft gelaten, direct een nieuwe pakken.

Zo ga je door totdat je hele plaat schoon is en er alleen nog maar inkt over is gebleven in de groeven van je tekening.

Het drukken

Nu komt het meest spannende gedeelte: het drukken!

TIP: Wat ik vaak doe is eerst een A4tje op de pers leggen, met daarop het formaat van mijn plaat en van mijn vel papier afgetekend. Die leg ik onder een stuk transparant plastic. Dat is namelijk een stuk makkelijker schoon te maken. Op de foto heb ik eerst gewoon een willekeurig stuk papier op de pers gelegd (7).

Leg je plaat met de tekening omhoog op het plastic. Dan leg je je etspapier erop (8). Let op dat het etspapier niet te droog en niet te nat is. Het mag niet meer glanzen van het vocht. Je legt het vilt eroverheen, en draaien maar! (9) Natuurlijk is het spannend hoe je druk eruit komt. Heb je genoeg inkt gebruikt? Niet te veel eraf geslagen? Was de drukpers goed afgesteld? Dus controleer je druk altijd goed voordat je er nog eentje gaat maken (10). Hopelijk ben je blij met het resultaat. Ik was dat wel! (11)

Ohja, en je wilt natuurlijk je handen schoonmaken. Doe dat met afwasmiddel en zonnebloemolie als je inkt op oliebasis hebt gebruikt.

Vinden jullie het interessant om meer te lezen over technieken? Laat het me weten!

 

 

Foto’s met dank aan © Top Floor Pics